Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2025

1.. De belasting als bedoeld in artikel 4, leden 1, 2 en 3, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting in artikel 4, lid 1, verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 3.. Indien de belastingplicht, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting in artikel 4, lid 1, voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 4.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt. 5.. De belasting bedoeld in artikel 4. Lid 4, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6.. Als de belastingplicht is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel