Het college verstrekt een pgb aan inwoners onder de voorwaarde dat:
a. De inwoner samen met een medewerker van het integraal ondersteuningsteam een verslag of integraal plan opgesteld heeft (tenzij afgezien is van een verslag of integraal plan), waarin benoemd is:
- dat een maatwerkvoorziening nodig is;
- hoe de inwoner het pgb gaat besteden;
- welke resultaten bereikt worden met het pgb en;
- wanneer en hoe het plan, inclusief het gebruik van pgb door de inwoner en een medewerker van het team geëvalueerd wordt.
b. De inwoner zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen.
c. De inwoner naar het oordeel van het integraal ondersteuningsteam voldoende in staat geacht wordt om, al dan niet met ondersteuning van mensen uit zijn sociaal netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, de taken, die aan het pgb verbonden zijn, op een verantwoorde manier uit te voeren conform de checklist pgb-vaardigheid (www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/persoonsgebonden-budget-pgb)
d. De persoon of organisatie die de inwoner vertegenwoordigt, is niet ook uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, tenzij dit, gezien de situatie van de inwoner, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college aanvaardbaar is.
e. De ondersteuning die met het pgb ingekocht wordt naar het oordeel van het integraal ondersteuningsteam veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
f. De pgb-beheerder is niet tevens zorgaanbieder/zorgverlener, diens vast/flexibel personeel, diens organisatieadviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon, met uitzondering van situaties waarin familieleden in de eerste of tweede graad (een deel van) de zorg verlenen.
g. Het pgb is bedoeld om ondersteuning in te kopen. Hierbij gelden een aantal aanvullende voorwaarden:
1. Het pgb mag niet (apart) besteed worden aan reiskosten voor hulpverleners, administratiekosten, bemiddelingskosten of kosten voor belangenbehartiging.
2. Vervoerskosten van de inwoner van en naar dagactiviteiten zijn onderdeel van het pgb indien het organiseren daarvan niet van de inwoner zelf verwacht kan worden.
3. Budgethouders kunnen geen vaste maandlonen afspreken met hun zorgverleners, omdat anders onvoldoende kan worden nagegaan of het PGB doelmatig wordt gebruikt.
4. Een feestdagenuitkering kan niet uit het PGB worden betaald.
5. Een verantwoordingsvrij bedrag wordt niet bij een PGB gehanteerd.
h. De inwoner aan wie een pgb verstrekt wordt, kan alleen hulp of ondersteuning betrekken van personen die tot zijn sociaal netwerk behoren, als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:
1. de inzet van het sociaal netwerk geen gebruikelijke hulp en/of mantelzorg betreft, zoals om- schreven in bijlage 4 van de Nadere regels;
2. de inzet van het sociaal netwerk is aantoonbaar beter of minimaal gelijkwaardig aan professionele ondersteuning;
3. de geboden hulp of ondersteuning is passend, adequaat en veilig;
4. de personen uit het sociaal netwerk die de hulp of ondersteuning gaan bieden, hebben zich voldoende op de hoogte gesteld van de verantwoordelijkheden die hieraan verbonden zijn en;
5. bij de personen uit het sociaal netwerk die de hulp of ondersteuning gaan bieden, is geen sprake van dreigende overbelasting.
6. De inwoner aan wie een pgb wordt toegekend, kan alleen ondersteuning betrekken van personen die tot het sociaal netwerk behoren, wanneer het gaat om huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf. Onder de jeugdwet geldt dat dagactiviteiten niet geleverd kunnen worden door het sociaal netwerk
i. Het is niet toegestaan het budget voor professionele begeleiding in te zetten voor begeleiding door een niet gekwalificeerd persoon uit het sociale netwerk.
j. Het budget mag uitsluitend worden gebruikt voor de inkoop van de in de beschikking genoemde voorzieningen en ten behoeve van de verwezenlijking van de bij die voorzieningen genoemde doelen
k. Het budget kan gedurende het jaar naar behoefte flexibel worden ingezet.
8. Bij het verstrekken van een Pgb voor de inzet van een jeugdhulpverlener, niet zijnde het sociaal netwerk, worden de volgende kwaliteitseisen gesteld:
- Personen die werkzaam zijn bij een jeugdhulpinstelling of als zelfstandige zonder personeel die voor het Pgb de taken uitvoeren, moeten voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als de door de gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.
- De jeugdhulpverlener die werkzaam is bij een jeugdhulpinstelling of als zelfstandige zonder personeel, staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken / werkzaamheden.
- De jeugdhulpverlener heeft een bewijs van inschrijving bij het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
- Indien een registratie niet van toepassing is, dan wordt een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs van de beoogde hulpverlener(s) en een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden, ingediend.
Lid 9 Vervallen
Artikel 7.
Voorwaarden voor de besteding van het pgb
Onderdeel van Verordening sociaal domein Alphen aan den Rijn