**1..** In aanvulling op Artikel 4 volgt het college de volgende tien stappen, gebaseerd op het beoordelingskader uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 mei 2017:
Stap 1: stel de hulpvraag van de jeugdige en/of de ouders vast;
Stap 2: Onderzoek of deze gemeente verantwoordelijk is (woonplaatsbeginsel, artikel 1.1 Jeugdwet);
Stap 3: Onderzoek of de Jeugdwet van toepassing is;
Stap 4: Breng in kaart wat de beperkingen/problematiek is van de jeugdige. Is er sprake van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen? En als daar sprake van is, maak concreet om welke problemen en/of stoornissen het gaat;
Stap 5: Bepaal vervolgens welke hulp nodig is in vorm, duur en frequentie, gelet op de problematiek. De hulp moet de jeugdige in staat stellen om:
gezond en veilig op te groeien
te groeien naar zelfstandigheid
voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren
Stap 6: Onderzoek eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (met gebruikelijke hulp)
Stap 7: Onderzoek of er aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening (artikel 1.2 lid 1 Jeugdwet)
Stap 8: Onderzoek of er aanspraak bestaat op een algemene voorziening
Stap 9: Informeer de aanvrager over de mogelijkheid van het aanvragen van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb)
Stap 10: Indien aangevraagd: beoordeel of aan voorwaarden pgb voldaan wordt (artikel 8.1.1 lid 2 Jeugdwet)
Hoofdstuk 4
Artikel 17A.
Stappen jeugdhulponderzoek
Onderdeel van Integrale verordening Sociaal Domein Woudenberg 2025