Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met een ontslag uit de dienst, bestaat aanspraak op een tegemoetkoming in verhuiskosten als gold het een verhuizing binnen de woonplaats.
Indien belanghebbende een woning buiten de woonplaats betrekt, waardoor de door hem bewoonde dienstwoning eerder beschikbaar komt, kan het college in afwijking van het eerste lid bepalen, dat aanspraak bestaat op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de daarmee samenhangende transportkosten.
Het college kan, na daartoe bedrijfsmaatschappelijk advies te hebben ingewonnen, bepalen dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is, indien belanghebbende bij het verlaten van de dienstwoning op sociale gronden een woning buiten de woonplaats betrekt.
Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing, ingeval het verlaten van de dienstwoning verband houdt met het overlijden van de ambtenaar.
Onverminderd het gestelde in de leden 1 t/m 3, wordt in de gevallen bedoeld in artikel 18:1:3, tweede lid van de regeling, de tegemoetkoming beperkt tot de transportkosten. 2