Paragraaf 7.1 Regels schuldhulpverlening
Artikel 49. Begrippen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. Adviesgesprek: een of meer gesprekken met klanten waarin advies wordt gegeven over de financiële situatie van de klant.
b. Budgetcoaching (zonder problematische schuldsituatie): het begeleiden van klanten met als doel om financiële kennis en vaardigheden bij te brengen zodat ze weer zelfstandig hun eigen geldzaken kunnen beheren.
c. Voortraject: is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van iemand met schulden als een schuldregeling (nog) niet mogelijk lijkt. Met de inzet van het Voortraject zorgt de schuldhulpverlener dat iemands financiële omstandigheden niet verder verslechteren. Het doel van het voortraject is om de inwoner toe te leiden naar een schuldbemiddelingstraject
d. Intakefase: het proces dat start als een positieve beschikking is gegeven na beoordeling van de aanvraag waarin ernaar gestreefd wordt inkomsten en uitgaven van de klant in evenwicht te brengen en te houden. Het doel van de intakefase is om de inwoner toe te leiden naar een schuldbemiddelingstraject.
e. Schuldregeling: het traject waarbij betalingsafspraken gemaakt worden tussen de klant en de schuldeisers. De klant zal gedurende maximaal 18 maanden zijn schuldeisers afbetalen volgens de berekening van het Vrij te laten Bedrag. De schuldeisers verlenen kwijting van de overgebleven schuld na 18 maanden aflossing of na uitbetaling van het saneringskrediet.
f. Budgetbeheer en budgetcoaching (met problematische schulden). Het tijdelijk overnemen van de financiën en het betalen van (een deel van) de vaste lasten van de klant. Gedurende het budgetbeheer wordt budgetcoaching ingezet zodat financiële kennis en vaardigheden aangeleerd worden. Daarna kan de klant weer zelfstandig zijn eigen geldzaken beheren.
g. Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen, zoals bedoeld in de Faillisementswet.
h. Adviestraject ondernemer: een traject waarbij de klant ondernemer is waarbij meerdere gesprekken worden gevoerd en advies wordt gegeven over de financiële situatie van de ondernemer.
i. Betalingsregeling: een afspraak tussen inwoner en schuldeiser, onder bemiddeling van een schuldhulpverlener, waarbij de inwoner de schuld volledig betaalt aan de schuldeiser
Artikel 49a. Uitvoering
De uitvoering van de verschillende vormen van schuldhulpverlening vindt plaats conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de modules Budgetbeheer, Budgetcoaching, Schuldregeling en Betalingsregeling.
Artikel 49b. Aanvraag schuldhulpverlening
Schuldhulpverlening wordt óf mondeling aangevraagd óf aangevraagd door het inleveren van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier. Door middel van een beschikking wordt belanghebbende op de hoogte gesteld van de beslissing op de aanvraag.
Artikel 49c. Producten schuldhulpverlening
Producten die de gemeente aanbiedt zijn onder meer:
1. Adviesgesprek
2. Budgetcoaching voor inwoners zonder problematische schulden
3. voortraject
4. intakefase
5. schuldregeling
6. budgetbeheer en budgetcoaching (met problematische schulden)
7. verklaring Wsnp
8. adviestraject ondernemer
9. betalingsregeling
Artikel 49d. Adviesgesprek
1. Een inwoner kan advies vragen over zijn/haar financiële situatie.
2. Voor een adviesgesprek hoeft geen aanvraagformulier ingevuld te worden.
3. Na afronding van het adviesgesprek (de adviesgesprekken) kan de gemeente het advies schriftelijk toesturen per e-mail of post.
Artikel 49e Budgetcoaching (zonder problematische schulden)
1. Het college voert budgetcoaching voor inwoners zonder problematische schulden uit conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de module Budgetcoaching.
2. Het college zet deze vorm van budgetcoaching alleen in bij inwoners zonder problematische schulden.
Artikel 49f Schuldregeling
1. Het college voert de dienstverlening schuldregeling uit conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de module Schuldregeling.
2. Indien er zich een andere mogelijkheid voordoet om de problematische schulden op te lossen, dan is deze mogelijkheid voorliggend aan de inzet van een schuldregeling.
3. Privé-schulden worden meegenomen als de schuld aannemelijk is. Hiervoor moet worden aangetoond dat de schuldeiser een betaling heeft verricht voor belanghebbende en dat hij deze schuld terug moet betalen.
Artikel 49g Intakefase
Het college voert de intakefase uit conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de
module Intake
a. de intakefase start na de aanmelding en het afgeven van de toelatingsbeschikking met het plan van aanpak op hoofdlijnen.
b. tijdens de intakefase wordt er bekeken welke instrumenten, ondersteuning, activiteiten en gegevens nodig zijn om de inwoner te helpen om een duurzaam financieel evenwicht te bereiken
Artikel 49h Voortraject (Duurzame Financiële Dienstverlening DFD)
1. Het college voert het Voortraject (Duurzame Financiële Dienstverlening DFD) uit conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de module Duurzame Financiële Dienstverlening
2. Het traject als bedoeld in lid 1 duurt in beginsel zes maanden.
Artikel 49i. Budgetbeheer en budgetcoaching
1. Het college voert budgetbeheer en budgetcoaching uit conform de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK en de modules Budgetbeheer en Budgetcoaching.
2. Budgetbeheer wordt ingezet voor maximaal 24 maanden.
3. Indien na 24 maanden het beëindigen van het budgetbeheer niet raadzaam is, kan het college besluiten budgetbeheer te verlengen.
4. Budgetbeheer wordt alleen ingezet in combinatie met budgetcoaching.
5. In afwijking van lid 1 en 2 kan beschermingsbewind worden geadviseerd of als voorwaarde worden opgelegd, wanneer belanghebbende niet leer- of coachbaar blijkt.
6. Budgetcoaching wordt alleen ingezet als vastgesteld is dat belanghebbende leer- en coachbaar is.
7. Budgetbeheer wordt alleen ingezet in combinatie met een schuldregeling.
Artikel 49j. Verklaring Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp)
Indien geen akkoord kan worden bereikt met alle schuldeisers of indien vanwege een andere reden de schuldbemiddeling niet kan starten of mislukt, dan kan op verzoek van de belanghebbende een verzoekschrift worden ingediend bij de Rechtbank om voor de Wsnp in aanmerking te komen.
Artikel 49k. Adviestraject ondernemer
1. Bij wenselijkheid van meerdere gesprekken voor een ondernemer, dan kan een adviestraject worden gestart
2. Het adviestraject is voor ondernemers zonder problematische schulden.
3. Het adviestraject start na ontvangst van het aanvraagformulier Schuldhulpverlening en het versturen van een beschikking.
Artikel 49l. Betalingsregeling
In geval van een niet-problematische schuldensituatie, kan de NVVK-module betalingsregeling ingezet worden.
Artikel 49m. Verplichtingen
1. Belanghebbende is verplicht om naast de verplichtingen zoals vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Gedragscode en de modules van de NVVK alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens de schuldhulpverlening.
2. De medewerking bestaat onder andere uit:
a. het nakomen van afspraken, aanvullende voorwaarden en verplichtingen, zoals het aanvragen van beschermingsbewind;
b. de verplichting om zich in te spannen om werk te vinden of te behouden, dan wel het inkomen te verhogen, waarbij de inspanning hiertoe aangetoond moet worden;
c. geen nieuwe schulden maken of aangaan en alle lopende vaste lasten iedere maand op tijd betalen;
d. alle extra inkomsten en vermogen te melden en te reserveren voor de schuldeisers.
e. meewerken aan budgetbeheer en budgetcoaching.
Artikel 49n. Afwijzing of beëindiging schuldhulpverlening
1. Als de gemeente redelijkerwijs niet de verwachting heeft dat de schuldhulpverlening gestart kan worden of succesvol afgerond zal worden, dan kan schuldhulpverlening worden afgewezen of beëindigd.
2. Schuldhulpverlening kan onder andere worden afgewezen of beëindigd indien:
a. het inkomen nog niet op orde is;
b. belanghebbende heeft aangegeven te gaan scheiden, maar waarbij de scheiding nog niet is uitgesproken of wel dat sprake is van ontbinding geregistreerd partnerschap en dit nog niet heeft plaatsgevonden;
c. eerst een passende woonsituatie moet worden gevonden;
d. een ex-onderneming op naam van belanghebbende staat, die nog niet financieel is afgehandeld, bijvoorbeeld doordat nog geen belastingaangifte is gedaan;
e. een alimentatieplicht door de rechter is opgelegd die niet passend is in het budget;
f. er niet-saneerbare vorderingen zijn die eerst betaald moeten worden;
g. het feitelijke verblijfadres niet gelijk is aan het in de gemeentelijke basisadministratie opgenomen adres;
h. de schuldhulpverlening/Wsnp succesvol is afgerond;
i. een schriftelijk verzoekt om beëindiging wordt ingediend;
j. belanghebbende is overleden;
k. niet of niet voldoende is voldaan aan de verplichtingen zoals opgenomen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Gedragscode en de modules van de NVVK) en in deze beleidsregels of aan overige opgelegde verplichtingen;
l. belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met de uitvoering van de schuldhulpverlening, misdraagt;
m. tijdens het schuldhulpverleningstraject frauduleuze handelingen worden verricht;
n. er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
o. er sprake is van een faillissement;
p. er sprake is van een gewijzigde situatie die van invloed is op de schuldhulpverlening waardoor deze niet kan worden voortgezet of niet langer passend of noodzakelijk is;
q. de gestelde doelen zijn gerealiseerd.
3. Als er bij een afwijzing of beëindiging van de schuldhulpverlening zorgen zijn over de (psycho-sociale) gezondheidssituatie van belanghebbende of als er een gezin met inwonende minderjarige kinderen bij betrokken is, dan kan er een zorgmelding bij het Meldpunt zorg en overlast worden gedaan.
Artikel 49o. Uitsluiting schuldhulpverlening
1. Als de schuldhulpverlening of de Wsnp voortijdig is beëindigd door aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden, kan het college belanghebbende drie jaar lang uitsluiten van (nieuwe) schuldhulpverlening.
2. Als binnen de uitsluitingstermijn van drie jaar toch aanspraak wordt gemaakt op schuldhulpverlening, dan kan schuldhulpverlening toegekend worden indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Het college kan aan die toekenning aanvullende voorwaarden/verplichtingen verbinden waarmee belanghebbende voorafgaand akkoord dient te gaan.
3. Als de schuldhulpverlening en/of de Wsnp is beëindigd, kan het college belanghebbende drie jaar lang uitsluiten van schuldhulpverlening.
Paragraaf 7.2 Regels Sociaal medische indicatie kinderopvang
Artikel 50. Sociaal medische indicatie kinderopvang
1. Het college kan een bijdrage verstrekken in de kosten van kinderopvang als ouder(s) vanwege lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperkingen problemen ondervinden bij de opvang en zorg van hun kind tot de leeftijd van 10 jaar.
2. Voor de bijdrage genoemd in lid 1 gelden de volgende regels:
a. de inkomenstabel en het maximale tarief zoals de Belastingdienst hanteert wordt toegepast;
b. voor zover recht bestaat op de kinderopvangtoeslag op grond van artikel 1.6 Wet kinderopvang) is er geen recht op een bijdrage op grond van dit artikel;
c. voor kinderen in de leeftijd tot 4 jaar wordt uitgegaan van dagopvang en komen maximaal 6 dagdelen of maximaal 33 uur per week voor vergoeding in aanmerking;
d. voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 10 jaar wordt uitgegaan van Buitenschoolse opvang en komen maximaal 3 dagdelen per week voor vergoeding in aanmerking, waarbij tijdens de schoolvakanties op deze dagen volledige dagopvang;
e. uitgesloten zijn ouders met een kind met een indicatie voor- en vroegschoolse educatie (VVE);
f. Vervallen.
Paragraaf 7.3 Regels Blijverslening
Vervallen.
Artikel 51. Begrippen
Vervallen.
Artikel 51a. De aanvraag voor een Blijverslening
Vervallen.
Artikel 51b. Toewijzing aanvraag Blijverslening
Vervallen.
Artikel 51c. Intrekkingsgronden
Vervallen.
Artikel 51d. Voorwaarden waaronder een Blijverslening wordt verstrekt
Vervallen.
Paragraaf 7.4 Regels voor kosten peuteropvang
Artikel 52a. Begrippen
1. Begrippen die in deze paragraaf worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang en aanverwante regelingen.
2. Peuteropvang: kinderopvang volgens artikel 1.1 Wet Kinderopvang, waarbij dit voor maximaal 8 uur per week en 40 weken in het jaar wordt aangeboden, verdeeld over twee dagdelen per week.
Artikel 52b. Doelgroep
1. Aanvrager kan in aanmerking komen voor een bijdrage van de gemeente in de kosten van peuteropvang voor een ten laste komend kind als:
a. het een kind betreft in de leeftijd van 2 tot 4 jaar.
b. vervallen;
c. vervallen;
d. uitgesloten zijn ouders die vallen onder de doelgroep kinderopvangtoeslag volgens artikel 1.6 Wkkp voor zover zij het aantal uren kinderopvangtoeslag ontvangen zoals bedoeld in artikel 52a lid 2;
e. uitgesloten zijn ouders met een kind met een indicatie voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en een sociaal- medische indicatie voor kinderopvang zoals bedoeld in artikel 50 van deze regels.
2. Indien de voorzieningen zoals genoemd onder lid 1 sub d en sub e onvoldoende soelaas bieden, is er de mogelijkheid tot individualisering in besluitvorming.
Artikel 52c. Berekening hoogte bijdrage gemeente
1. Bij de vaststelling van de hoogte van de bijdrage van de gemeente wordt dezelfde berekening gehanteerd als gebruikt voor kinderopvangtoeslag via de Wkkp artikel 1.8 en 1.9 en het daarop gebaseerde Besluit kinderopvangtoeslag.
2. Het maximaal aantal uren waarvoor de bijdrage van de gemeente wordt verleend bedraagt 8 uur per week en 40 weken in het jaar, verdeeld over twee dagdelen per week.
3. De bijdrage van de gemeente wordt verstrekt voor de gehele periode, totdat het kind 4 jaar oud is, zolang het kind gebruik blijft maken van de peuteropvang.
Artikel 52d. Uitbetaling van de bijdrage van de gemeente
Na overleg van de (pro forma) nota of getekende overeenkomst, wordt de bijdrage peuteropvang van de gemeente, periodiek, rechtstreeks door de gemeente aan de kinderopvangorganisatie betaald.
Paragraaf 7.5 Voorzieningen voor kinderen
Artikel 53. Voorwaarden
Vervallen.
Artikel 54. Kosten schoolgaande kinderen
1. Voor de kosten van schoolgaande kinderen kan een aanvraag worden ingediend bij de stichting Leergeld. De stichting Leergeld verstrekt de voorzieningen in natura.
2. De gemeente regelt bij overeenkomst met de stichting Leergeld voor welke kosten van schoolgaande kinderen een voorziening kan worden verstrekt.
Artikel 55. Deelname sportieve en culturele activiteiten
1. Kinderen kunnen jaarlijks deelnemen aan een sportieve óf een culturele activiteit.
2. Deelname aan een sportieve of culturele activiteit vindt plaats via het Jeugddeelnamefonds Alphen.
Artikel 56. Betaling van de bijdrage
Vervallen.
Verwijzingen
- Artikel 54
- Artikel 49a
- Artikel 49c
- Artikel 52b
- Artikel 51
- Artikel 49d
- Artikel 49b
- Artikel 55
- Artikel 49k
- artikel 1
- Artikel 51b
- Artikel 52c
- Artikel 49j
- Artikel 51c
- Artikel 49i
- Artikel 51d
- Artikel 56
- Artikel 49n
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 52a
- Artikel 49o
- artikel 52a
- Artikel 49l
- Artikel 51a
- Artikel 49m
- Artikel 53
- artikel 1
- artikel 1
- Artikel 52d
- artikel 1