Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Boekjaar: is het kalenderjaar, indien in de statuten van een instelling geen andere periode is aangewezen.
Wet: Algemene wet bestuursrecht.
Het college: burgemeester en wethouders van Zwijndrecht.
Instelling: een rechtspersoon, met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens zijn doelstelling zonder winstoogmerk werkzaam is in een aanwijsbaar belang van het maatschappelijk welzijn in de gemeente. Verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Raad: gemeenteraad van Zwijndrecht.
Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift
Subsidievaststelling: een beschikking waarbij het subsidiebedrag wordt vastgesteld
Subsidieverlening: een beschikking waarin opgenomen een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld en de wijze waarop het subsidiebedrag is bepaald.
Peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meerdere dagdelen per week met een minimum van 2,5 uur en een maximum van 3,5 uur per dagdeel.
Peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt.
Peuterplaats: een rekeneenheid die overeenkomt met een peuterbezoek van minimaal 2,5 uur per dagdeel per week aan de peuterspeelzaal, gedurende 40 weken per jaar.
Aanbieder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert.
Ambitieniveau 1: de maatstaf die Zwijndrecht hanteert voor de uitvoering van peuterspeelzaalwerk, t.w.: kinderen ontmoeten elkaar en spelen samen waarbij de groepsleiding de taak heeft de ontwikkeling van de kinderen te bevorderen en ontwikkelingsremmende omstandigheden te signaleren. De werkzaamheden worden uitgevoerd in een groep van maximaal 14 peuters door tenminste 1 gekwalificeerde beroepskracht in termen van de voor de sector geldende CAO en 1 begeleider, waarmee wordt voorzien in de eis van 1 begeleider op maximaal 7 kinderen. Ongeacht of de groepsomvang kleiner is dan het beschreven maximum aantal is altijd tenminste de begeleiding door 1 gekwalificeerde beroepskracht vereist.
Overdrachtsprotocol : In het kader van de doorgaande leerlijn wordt in Zwijndrecht gebruik gemaakt van een overdrachtsprotocol voor- en vroegschoolse educatie naar primair onderwijs
Burgerservicenummer (BSN): het unieke persoonsnummer van iedere burger die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).
Ouderbijdrage: de bijdrage per maand per kind die de aanbieder vraagt aan ouders/verzorgers, gedurende de periode dat gebruik wordt gemaakt van het peuterspeelzaalwerk.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening Peuterspeelzaalwerk gemeente Zwijndrecht 2010