De aanvrager verzoekt voor 1 juni van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft om vaststelling van de subsidiebijdrage.
De aanvrager overlegt daarbij een jaarverslag en de jaarrekening over het betreffende jaar vergezeld gaande van een goedkeurende accountantsverklaring. Deze verklaring is slechts vereist indien het totaal van het aan de aanbieder toe te kennen subsidiebedrag het bedrag ad € 75.000,-- te boven gaat.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang wordt vastgesteld.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording af over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
Het college kan de subsidieontvanger verplichten tot medewerking aan een aanvullend accountantsonderzoek.
Bij de aanvraag tot vaststelling voegt de subsidieontvanger een inhoudelijk en financieel verslag, waarin in ieder geval zijn beschreven:
a. het aantal gerealiseerde peuterplaatsen;
b. de gegevens zoals genoemd onder artikel 3.2.i.;
c. de aard en omvang van de verrichte activiteiten;
d. een beschrijving in hoeverre de door de gemeente nagestreefde doelstellingen zijn gehaald en een toelichting op verschillen tussen de nagestreefde doelstellingen en behaalde resultaten.
Het college kan regels stellen met betrekking tot de verplichtingen en stukken genoemd in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel. Het college kan ontheffing verlenen van de verplichting in lid 2.
Hoofdstuk 5
Artikel 11
Aanvraag subsidievaststelling
Onderdeel van Verordening Peuterspeelzaalwerk gemeente Zwijndrecht 2010