Een aanbieder kan per peuterspeelzaal subsidie aanvragen voor het aantal peuterplaatsen dat naar redelijkheid en waarschijnlijkheid bezet zal worden in het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.
Het college kan bij twijfel over de redelijkheid en waarschijnlijkheid als genoemd onder artikel 3.2 om nadere gegevens en een beargumentering verzoeken en kan indien de twijfels omtrent de aanvraag niet door de aanbieder kunnen worden weggenomen de aanvraag om subsidie weigeren.
Een peuterspeelzaal komt voor maximaal drie dagdelen(zijnde drie peuterplaatsen) per peuter in aanmerking voor subsidie.
Het subsidiebedrag per peuterplaats is gesteld op € 301,00 en kan door het college worden geïndexeerd.
Indien het beschikbare budget op basis van de aanvragen overschreden dreigt te worden en de uitkomst m.b.t. 3.2 geen reden tot afwijzing van aanvragen geeft, vindt evenredige vermindering plaats van de subsidie van alle voor dit budget in aanmerking komende aanbieders.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Bekostiging per peuterplaats en subsidieplafond
Onderdeel van Verordening Peuterspeelzaalwerk gemeente Zwijndrecht 2010