De raad beslist tot afwijzing van het verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad te plaatsen, indien het burgerinitiatiefvoorstel niet voldoet aan de in artikel 2, 3 en 4 vermelde voorwaarden.
De raad beslist tot afwijzing van het verzoek om een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de raad te plaatsen, indien het burgerinitiatiefvoorstel een onderwerp betreft:
dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;
dat een vraag inhoudt over het gemeentelijk beleid;
dat een klacht inhoudt in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur;
dat een bezwaar betreft in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur.
waarover in de lopende raadsperiode dan wel korter dan 1 jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad een besluit is genomen.
Indien de raad het verzoek tot agendering afwijst wegens strijd met artikel 5, lid 1 en indien het verzoek tot de bevoegdheid behoort aan burgemeester en wethouders, kan de raad het voorstel, voorzien van de opvatting van de raad, doorzenden aan burgemeester en wethouders.
Bij afwijzing van het verzoek tot agendering van het burgerinitiatiefvoorstel, geeft de raad hiervan zo spoedig mogelijk een met redenen omkleed schriftelijk bericht aan de verzoeker.