De subsidie bedraagt:
maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder a, tot een maximum van € 40.000,- voor de bestrijding van de Unielijstsoorten reuzenberenklauw, reuzen- of springbalsemien, grote waternavel, ongelijkbladig vederkruid, waterwaaier of cabomba, de uitheemse rivierkreeftsoorten en waterteunisbloem en postelein waterlepeltje/kleine waterteunisbloem, en tot een maximum van € 60.000,- voor de bestrijding van Aziatische duizendknopen en de watercrassula;
maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder b, tot een maximum van € 10.000,-;
maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder c, tot een maximum van € 10.000,-;
maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder d, tot een maximum van € 10.000,-;
maximaal € 100.000,- cumulatief bij meerdere aanvragen door dezelfde subsidieontvanger per jaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Hoogte van de subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht