** 1. .** De subsidieontvanger is verplicht:
binnen twaalf weken na subsidieverlening zorg te dragen voor de verwerving dan wel het pachtvrij of erfpachtvrij maken van het terrein waarvoor hij subsidie ontvangt;
het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein direct na verwerving dan wel pachtvrij of erfpachtvrij maken als natuur te beheren;
het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein in te richten conform het definitieve inrichtingsplan;
het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein na inrichting te beheren overeenkomstig het type, bedoeld in het vierde lid, onder e;
het terrein voor een ieder kosteloos open te stellen tussen zonsopgang en zonsondergang op ten minste 358 dagen per jaar;
eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede te laten komen aan het project;
te overleggen en samen te werken met de beheerders van omliggende natuurterreinen om tot een samenhangend beheer te komen; en,
bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot wijziging van het omgevingsplan inhoudende dat het terrein enkel als natuur mag worden gebruikt.
** 2. .** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, worden verlengd tot een door Gedeputeerde staten te bepalen termijn.
** 3. .** Binnen twee weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Utrecht een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin worden opgenomen:
de verplichting tot uitwerking van het definitief inrichtingsplan en de termijn waarbinnen deze uitwerking gereed dient te zijn en de goedkeuring door Gedeputeerde Staten dient te zijn verkregen;
de verplichting tot inrichting van het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein en de termijn waarbinnen deze inrichting dient plaats te vinden;
de verplichting van de eigenaar van de grond om de betreffende grond niet te gebruiken ofte doen gebruiken als landbouwgrond en overigens datgene na te laten wat de ontwikkelingen de daaropvolgende instandhouding van het te realiseren natuurbeheertype dan wellandschapsbeheertype in gevaar brengt of kan verstoren;
dat de verplichtingen, bedoeld onder c, zullen overgaan op degene die het verworven dan wel pachtvrij of erfpachtvrij gemaakte terrein onder algemene of bijzondere titel zullen ver-krijgen en eveneens gelden voor degene die van de rechthebbende een recht op het gebruik van de grond verkrijgen;
dat de verplichtingen, bedoeld onder c en d, als kwalitatieve verplichting zullen worden in-geschreven in de openbare registers en de termijn waarbinnen deze inschrijving dient plaatste vinden.
** 4. .** Het definitieve inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, onder a, omvat:
een beschrijving van de uitgangssituatie;
een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen;
de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd;
de motivering voor het treffen van de betreffende maatregelen;
de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan worden aangegeven;
een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen of te verwijderen wegen en paden;
een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd;
een gespecificeerde begroting;
één of meerdere topografische of digitale kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000,waarop de grenzen van het terrein zijn aangegeven. Digitale gegevens dienen te worden aangeleverd als GIS-bestand in de vorm van een shapefile. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan deze bestanden moeten voldoen; en
een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager na het treffen van de inrichtingsmaatregelen de (beoogde) beheertypen en habitattypen verder zal ontwikkelen en beheren.
** 5. .** De subsidieontvanger is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, aanhef en ondere, indien:
sluiting nodig is bij of krachtens de Omgevingswet uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving;
het terrein naar zijn aard buiten machte van de subsidieontvanger niet toegankelijk is;
er een bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is tot een maximum vaneen hectare; of
het terrein vrijgesteld is op grond van het natuurbeheerplan.
**6. .** Het is subsidieontvanger niet toegestaan om de verworven terreinen te vervreemden, in erfpacht uit te geven of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming door Gedeputeerde Staten.
** 7. .** De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht de ingevolge dit hoofdstuk verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Utrecht, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het zesde lid ontheffing is verleend.
** 8. .** Als de subsidieontvanger ook andere economische activiteiten verricht dan de activiteiten genoemd in artikel 2.1, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 44 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst(2012/C 8/03).
** 9. .** De subsidieontvanger bewaart de administratie en alle documenten inzake een aan hem verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat de subsidie is verleend.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Verplichtingen
Onderdeel van Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht