** 1. .** De subsidieontvanger is verplicht:
de activiteiten, bedoeld in artikel 19.1, uiterlijk eind 2028 te realiseren;
Gedeputeerde Staten kunnen naar aanleiding van een inhoudelijk onderbouwd, schriftelijk verzoek van de subsidieaanvrager, het in lid a. genoemde tijdvak verlengen;
na voltooiing van de subsidiabele activiteiten een overzicht te maken van het aantal voltooide subsidiabele activiteiten (inclusief inhoudelijke onderwerpen), aantal deelnemers per activiteit en namen van de betrokken adviseurs en/of kennisinstellingen;
na voltooiing van de subsidiabele activiteiten een financiële verantwoording van alle subsidiabele kosten aan te leveren;
bij studiegroepen en meerjarige activiteiten: een jaarlijkse rapportage aan te leveren aan de provincie voor 1 februari;
een inhoudelijke en didactische evaluatie van de activiteiten door de deelnemers te doen uitvoeren, op basis waarvan de kennisinstelling aanbevelingen doet. Een rapport met een samenvatting van de evaluaties en de aanbevelingen wordt naar de provincie gestuurd;
te rapporteren over de kwalitatieve effecten van de activiteiten, bijvoorbeeld deelname aan de UMDL en/of verbeteringen ten aanzien van KPI’s UMDL;
indien sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, onder c, dan dienen ook de verklaringen van de eindbegunstigden (de agrariërs) te worden overgelegd, waaruit blijkt dat de maximale steunbedragen als opgenomen in artikel 22, achtste en negende lid, van de LVV niet zijn overschreden.
** 2. .** Als de subsidie door een (samenwerkingsverband van) een agrarisch collectief en/of agrarische brancheorganisatie wordt aangevraagd, dan moeten ook niet-leden benaderd worden voor deelname aan de activiteiten.
Hoofdstuk 19
Artikel 19.5
Verplichtingen
Onderdeel van Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht