Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2.1

Subsidiecriteria

Onderdeel van Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht

1.. In het kader van de provinciale meerjarendoelen 2.1.3 “natuurgebieden zijn beter met elkaar verbonden”, 2.2.2 “de biodiversiteit in stad en platteland is verbeterd” en 2.1.4 “het areaal bos buiten de NNN en de Groene Contour is vergroot” kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteit: de combinatie van de aanleg van kleine landschapselementen L01.02, L01.03, L01.04, L01.06, L01.10, L01.11 en L01.12 als bedoeld in de bijlage bij dit hoofdstuk, die zich bevinden binnen het leefgebied dooradering, begrensd in het natuurbeheerplan, met functieverandering van de percelen, of gedeelten daarvan, voor deze kleine landschapselementen. 2.. Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: de percelen zijn gedurende vijf jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag onafgebroken in gebruik geweest voor de primaire landbouwproductie; de percelen waarvoor subsidie voor functieverandering van de grond wordt aangevraagd, zijn gedurende vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag geregistreerd bij RVO als landbouwgrond; de betrokken landbouwproductiecapaciteit wordt gesloopt of onherroepelijk gesloten; de totale oppervlakte van de aan te leggen landschapselementen bedraagt per grondeigenaar minimaal 2500 m² of de totale lengte van landschapselementen L1.03, L1.06 en L1.10 is meer dan 500 meter; in afwijking van d. mag de vereiste 500 meter aaneengesloten liggen op aangrenzende percelen van twee verschillende eigenaren; de kleine landschapselementen voldoen aan de beschrijving, afbakening en voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij dit hoofdstuk; er is een taxatie van de waardevermindering van de betreffende grond bij functieverandering in opdracht van de provincie Utrecht uitgevoerd voorafgaand aan de aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel