**1..** De subsidieontvanger is verplicht:
het daartoe bevoegde gezag te verzoeken de natuurtoestemming, bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, aanhef en onder d voor de landbouwactiviteit van het te verplaatsen landbouwbedrijf op de bestaande locatie in te trekken, waarbij Gedeputeerde Staten vrij zijn te beschikken over de vrijgekomen stikstofdepositieruimte;
de hervestiging van een volwaardig landbouwbedrijf op de hervestigingslocatie binnen 24 maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening te realiseren.
**2..** In aanvulling op het eerste lid kunnen de subsidieontvanger de volgende verplichtingen worden opgelegd:
de gronden waarop het te verplaatsen landbouwbedrijf wordt uitgeoefend te verkopen en in eigendom over te dragen aan de provincie Utrecht; of
ten laste van de gronden van het te verplaatsen landbouwbedrijf een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek te laten vestigen ten gunste van de provincie Utrecht in overeenstemming met één of beide doelen genoemd in artikel 8.1, tweede lid aanhef en onder a en b.
**3..** De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.
**4..** De subsidie kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde van :
ondertekening door de provincie Utrecht en de eigenaar van de landbouwgronden van een overeenkomst van koop en verkoop van de gronden, dan wel een overeenkomst tot vestiging van een kwalitatieve verplichting ten laste van deze gronden; of
toedeling van de gronden aan de provincie Utrecht op grond van een vrijwillige kavelruilovereenkomst of in een inrichtingsbesluit als bedoeld in artikel 12.7 van de Omgevingswet.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.5
Verplichtingen
Onderdeel van Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht