Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4a

Artikel 20.

Draagkracht en drempelbedrag bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen gemeente Hattem

1.. Draagkracht verwijst naar de financiële middelen die belanghebbende tot zijn beschikking heeft. Deze worden gebruikt om te bepalen of belanghebbende in aanmerking komt voor de bijzondere bijstand. 2.. De draagkracht in het inkomen bedraagt 35% van het inkomen boven de inkomensgrens van 120% van de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld. 3.. In het geval dat de draagkracht wordt bepaald op basis van inkomen, wordt de kostendelersnorm niet toegepast. Het inkomen wordt hierbij afgezet tegen de toepasselijke bijstandsnorm. 4.. De draagkracht in het vermogen bedraagt 100% van het vermogen boven de vermogensgrens zoals beschreven in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. 5.. In het geval dat belanghebbende in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering wordt geen draagkrachtperiode vastgesteld. In het geval dat iemand niet in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering wordt de draagkracht vastgesteld voor 1 jaar. De draagkrachtperiode gaat in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend. 6.. In beginsel wordt de vastgestelde draagkracht gedurende de draagkrachtperiode niet meer gewijzigd. De draagkracht wordt alleen tussentijds herzien: op verzoek van de aanvrager als het inkomen minimaal 20% gedaald is, of; als het inkomen minimaal 20% is gestegen, of; het vermogen gestegen is en uitkomt boven de vermogensgrens zoals beschreven in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. 7.. Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd voor de kosten van bijzondere bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel