Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4a

Artikel 22.

Hoogte aflossingsbedrag bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen gemeente Hattem

1.. Het aflossingsbedrag voor bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening wordt vastgesteld op: Bij een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm: 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag; Bij een inkomen hoger dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm: 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, plus 35% van het meerinkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. 2.. De hoogte van het aflossingsbedrag wordt bij elke wijziging van de normuitkering aangepast. 3.. De hoogte van het aflossingsbedrag kan ook (op verzoek) worden aangepast bij veranderende persoonlijke omstandigheden. Hierbij wordt een individuele beoordeling gemaakt op noodzakelijkheid. 4.. Indien belanghebbende niet langer een uitkering ontvangt, wordt de hoogte van het aflossingsbedrag aangepast naar aanleiding van het debiteurenonderzoek, mits het inkomen met tenminste 10% is gewijzigd. 5.. In beginsel wordt geen rente in rekening gebracht over de geldlening. Indien de geldlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan kan hiervan worden afgeweken en rente worden berekend.

Rechtspraak bij dit artikel