Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 59.

Afzien van invordering bij schuldenproblematiek

Onderdeel van Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen gemeente Hattem

1.. Er kan het besluit worden genomen om te stoppen met terugvorderen als: het bestaan van deze schulden de uitstroom van belanghebbende uit de bijstand in de weg staat, of; belanghebbende zijn schulden niet kan betalen; en anders geen schuldregeling tot stand komt; en de gemeente bij de schuldregeling het deel krijgt waar zij wettelijk recht op heeft. 2.. Het in het eerste lid gesteld is niet van toepassing bij: terugvorderingen van verwijtbare vordering die zijn ontstaan voor 1 januari 2013; terugvorderingen van bedragen die in de vorm van een geldlening zijn verstrekt waarbij de voorvloeiende verplichtingen niet zijn nagekomen; vorderingen die door een pand of hypotheek zijn gedekt voor zover zij niet op deze goederen verhaald kunnen worden. 3.. Het besluit tot kwijtschelden van de vordering in verband met het bepaalde in lid 1 onder c treedt pas in werking zodra de schuldenregeling tot stand is gekomen. 4.. Een besluit om te stoppen met terugvorderen bij een schuldregeling wordt ingetrokken als: De schuldregeling niet tot stand komt binnen 12 maanden nadat het besluit om te stoppen met terugvorderen is genomen; Belanghebbende de vordering aan de gemeente niet volgens de schuldregeling betaalt; Belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft doorgegeven en de juiste gegevens tot een ander besluit zouden leiden.

Rechtspraak bij dit artikel