**1..** Voor wat betreft de begrotingscyclus zijn de artikelen 34, 34b en 35 van de Wgr van toepassing.
**2..** Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting toe aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen omtrent de ontwerpbegroting van hun zienswijze doen blijken. Het gemeenschappelijk orgaan gaat na of de commentaren waarin deze zienswijze is vervat aanleiding geven tot wijziging.
**3..** In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage aan het gemeenschappelijk orgaan voor het jaar waarop deze begroting betrekking heeft op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose.
**4..** De bijdrage wordt op aanwijzing van het gemeenschappelijk orgaan gebruikt ter dekking van huisvestingslasten, te weten: kapitaallasten, gebruik sportvelden, verzekeringen brand/storm, OZB, onderhoud en overige kosten, gedaan door een of meer van de deelnemende gemeenten.
**5..** Het gemeenschappelijk orgaan stelt bij de begroting de financiële bijdrage vast die de afzonderlijke deelnemende gemeenten verschuldigd zijn op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose. Na verrekening van de geraamde lasten met de verschuldigde bijdrage, wordt het tekort of overschot verrekend met het eigen vermogen van het gemeenschappelijk orgaan. Overschotten/tekorten worden via de egalisatiereserve direct afgerekend met deelnemende gemeenten. De egalisatiereserve zal altijd saldo € 0 hebben. De verrekening is per 15 juli van het begrotingsjaar volgend op het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
**6..** Het eigen vermogen wordt in de vorm van een reserve aangehouden bij de gemeente waar het gemeenschappelijk orgaan is gevestigd. Jaarlijks wordt daaraan rente toegerekend. Als de reserve leeg is, wordt er geen rente aan toegerekend. De hoogte van het rentepercentage wordt bepaald op een annuïtaire geldlening met een looptijd van veertig jaar. Als deze niet aanwezig is wordt de daarop volgende looptijd genomen die bij de BNG geldt op 2 januari van het begrotingsjaar.
**7..** De investeringen worden geacht te worden gedaan op basis van een veertig jarige annuïteit, tegen het rentepercentage dat geldt voor een annuïtaire geldlening bij de BNG met eenzelfde looptijd ten tijde van het raadsbesluit over de honorering van aangevraagd krediet.
**8..** Uitsluitend huisvestingslasten (zie art. 11 lid 4), die voortvloeien uit investeringen volgens de wet op het voortgezet onderwijs, en die voorafgaande aan het betreffende raadsbesluit zijn goedgekeurd door het gemeenschappelijk orgaan, worden gedekt binnen de begroting van het gemeenschappelijk orgaan. Bij de beoordeling door het gemeenschappelijk orgaan van de investering wordt geen acht geslagen op eventuele gemeentelijke verordeningen op het gebied van huisvesting.
Artikel 11
Financiën
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 2024