Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.16

Artikel 2.16.5

Thuis wonen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2025

Een cliënt met een Wlz-indicatie kan op een locatie (woning) wonen waar wonen en zorg gescheiden is. Dat wil zeggen dat een afzonderlijke huurovereenkomst is gesloten voor het wonen; de cliënt betaalt zelf huur en geniet huurbescherming. De Wlz-zorg wordt ambulant geboden. De cliënt kan in de woning blijven wonen ongeacht de aard en (toename van de) omvang van de benodigde Wlz-zorg of bij welke organisatie de cliënt de Wlz-zorg inkoopt. Voor cliënten die thuis wonen mag het college een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing niet weigeren (art. 8.6a onder a Wmo 2015). Het college beoordeelt of de cliënt de elementaire woonfuncties kan verrichten. Zie Hoofdstuk 10 Ondersteuning gericht op het wonen en in en om de woning verplaatsen. Realiseren verblijfssetting Het kan ook gaan om cliënten (met een Wlz-indicatie) die bijvoorbeeld bij hun ouder(s) wonen en voor wie een woonunit of aanbouw wordt aangevraagd. Het college beoordeelt of de aanvraag (primair) gericht is op het realiseren van een ‘verblijfsetting’ thuis die geschikt is op het kunnen (blijven) ontvangen dan wel kunnen (blijven) bieden van de Wlz-zorg mogelijk wordt gemaakt (vergelijk CRVB:2014:1490).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel