Er gelden een aantal algemene uitgangspunten:
De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien, kunnen groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders zelf. Dat valt binnen de zorgplicht van ouders (eigen kracht). In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd wat onder eigen kracht valt en hoe het college dat beoordeelt.
Het herstellen of versterken van eigen kracht staat voorop staat bij het verlenen van individuele voorzieningen. Dit uitgangspunt sluit aan bij de bedoeling van de wet. Dit betekent ook dat het college eerst kijkt of dat met opvoedondersteuning of ondersteuning aan het gezin kan worden bereikt. Een individuele voorziening voor de jeugdige kan worden gecombineerd met de eigen kracht.
Om te zorgen dat ouders hun rol als verzorgers en opvoeders kunnen blijven vervullen kan een individuele voorziening worden verleend om ouders (het gezin) tijdelijk te ontlasten als dat nodig is. Bijvoorbeeld kortdurend verblijf, logeren of een andere vorm van jeugdhulp die gericht is op het tijdelijk ontlasten.
Het college kan besluiten dat een individuele voorziening niet wordt verleend omdat de gevraagde hulp volgens het college niet noodzakelijk is.
De indicatie voor een individuele voorziening gaat niet eerder in dan de datum waarop het college beslist op de aanvraag, tenzij het college de jeugdhulpaanbieder (gecontracteerd aanbod) toestemming geeft de jeugdhulp eerder te starten (art. 3.8 lid 1 Verordening.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.5
Artikel 1.5.1
Uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025