Een beroep op (dreigende) overbelasting moet door de ouder(s) aannemelijk worden gemaakt en zo nodig nader worden onderbouwd. Er moet een causaal verband zijn tussen het bieden van de boven-gebruikelijke hulp zorg aan de jeugdige en de (dreigende) overbelasting (zie 3.4 van deze beleidsregels). Is dat het geval, dan rust de plicht op het college daar onderzoek naar te doen en te bepalen wat de gevolgen zijn van de uitkomsten daarvan.
Omvang planbare en onplanbare zorg
Soms is het duidelijk dat de ouder overbelast is, maar soms ook niet. Niet alleen de omvang van planbare zorg, maar ook de mate van de noodzaak tot het telkens aanwezig zijn om onplanbare zorg te bieden kan van invloed zijn op de belastbaarheid van degene die geacht wordt boven-gebruikelijke hulp te verlenen. Met andere woorden: het uitvoeren van enkele taken op vooraf afgesproken momenten is vaak minder belastend dan het uitvoeren van dezelfde taken waarbij telkens aanwezigheid en alertheid wordt gevraagd van degene die geacht wordt boven-gebruikelijke hulp te verlenen.
Symptomen die zouden kunnen wijzen op overbelasting
Diverse symptomen zijn waar te nemen bij (dreigende) overbelasting. De mate waarin ze zich manifesteren, zal van persoon tot persoon verschillen. Bedenk daarnaast dat het hierbij om veelal aspecifieke symptomen gaat die ook bij andere stoornissen kunnen passen. Dit is een van de redenen waarom de beoordeling hiervan bij een (medisch) deskundige moet worden neergelegd. Het bestaan van deze symptomen moet dus als een mogelijk signaal van (dreigende) overbelasting worden opgevat.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.9
Artikel 3.9.4
Overbelasting of dreigende overbelasting
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025