Het kan gaan om iemand in dienst bij een professionele organisatie of die als Zzp’er werkzaam is. Het college beoordeelt in ieder geval of:
de jeugdhulp aansluit aan bij de vastgestelde stoornissen of problemen van de jeugdige en de te behalen resultaten;
de jeugdhulpverlener beschikt over een relevante opleiding en is periodiek bijgeschoold. De opleidingseis zal kunnen verschillen naar gelang de aard van de noodzakelijke jeugdhulp;
de jeugdhulpverlener beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de jeugdhulp;
de jeugdhulpverlener de omvang/intensiteit van de noodzakelijke jeugdhulp kan bieden. Deze vraag zal zich voornamelijk voordoen bij Zzp’ers. Die zullen namelijk ook door andere budgethouder(s) kunnen worden ingekocht. Denk in dit kader aan de 40-urige werkweek.
de beoogde jeugdhulpverlener niet al (te) lang betrokken is bij de jeugdige, zijn gezin en/of mensen uit het sociaal netwerk. Dat kan de professionele kijk op de jeugdige of het gezinssysteem vertroebelen. Dat wil zeggen dat het college onderzoekt of er nog wel sprake is van voldoende professionele distantie om het resultaat te kunnen behalen. Dat kan bijvoorbeeld al blijken uit het ontbreken van voortuitgang in het behalen daarvan.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.11
Artikel 7.11.2
Kwaliteit en besteding pgb aan professionals
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025