Besteding van het pgb aan iemand uit het sociaal netwerk en ouders is beperkt in de Verordening, zie 7.8 van de beleidsregels. Daarnaast beoordeelt het college in ieder geval of:
degene aan wie het pgb zal worden besteed is in staat is om de noodzakelijke individuele voorziening te bieden. En zo ja, waar blijkt dat uit?
voldoende aannemelijk is dat degene aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken.
de persoon uit het sociale netwerk de omvang/intensiteit van de individuele voorziening kan bieden. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek die deze persoon heeft. Reguliere werkzaamheden, maar ook andere activiteiten kunnen daarbij een rol spelen.
de kwaliteit van de individuele voorziening is voldoende gewaarborgd. Naar gelang de mate van beperkingen (kwetsbaarheid) van de jeugdige zullen de kwaliteitseisen in het algemeen strenger mogen zijn.
voldoende distantie aanwezig is. Dit kan een belangrijke rol spelen bij het bereiken van het resultaat. Zo kan te veel (emotionele) betrokkenheid van de persoon uit het sociale netwerk een negatief effect hebben op de relatie tussen de jeugdige en degene die de hulp biedt. De jeugdige kan ook (te) afhankelijk worden van de persoon uit het sociaal netwerk.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.9
Artikel 7.9.6
Aandachtspunten overig pgb besteden aan sociaal netwerk
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025