Bij een onverschuldigde betaling gaat het om een betaling die zonder rechtsgrond wordt gedaan. Denk aan de administratieve vergissing door bijvoorbeeld de Svb. Onder een zonder rechtsgrond verrichte betaling kunnen ook de (gemaakte) kosten van een individuele voorziening in natura worden verstaan (art. 8.3 lid 1 Verordening). Uit CRVB:2006:AX5819 kan onder meer het volgende worden afgeleid als wettelijke bepaling ontbreekt op grond waarvan kan worden teruggevorderd. In zo’n geval kan toch worden teruggevorderd, nu (ook) in het publiekrecht als in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel is aanvaard, dat een zonder rechtsgrond verrichte betaling ongedaan moet worden gemaakt.
Zelfstandig terugvorderingsbesluit
Het gaat bij de onverschuldigde betaling om een zelfstandig terugvorderingsbesluit. Dat wil zeggen dat het college niet eerst een herzienings- of intrekkingsbesluit hoeft te nemen.
Bevoegdheid
Deze terugvorderingsbevoegdheid kan alleen worden uitgeoefend als de jeugdige of zijn ouder(s) redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat ten onrechte een:
individuele voorziening in natura is ontvangen,
pgb werd uitbetaald.
Verjaringstermijn
Op grond van art. 3:309 BW verjaart de rechtsvordering uit onverschuldigde betaling door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser (het college) zowel van het bestaan van zijn vordering, als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. De verjaringstermijn vangt aan voor het nemen van een terugvorderingsbesluit over de onverschuldigde betaling op het moment waarop het college bekend is geworden met feiten of omstandigheden op basis waarvan voldoende duidelijk is dat een besluit over terugvordering in de rede ligt (vergelijk CRVB:2007:BA2284 en CRVB:2008:BD6928).
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.6
Artikel 9.6.2
Onverschuldigde betaling
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025