Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2.

Artikel 3.2.9

Beschikking

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025

De totale beoordeling van de aanvraag leidt tot een beschikking. De cliënt ontvangt, binnen twee weken na de aanvraag, een beschikking op grond van de Wmo. Als duidelijk is dat de termijn van twee weken overschreden gaat worden, moet er op dat moment een uitstelbericht naar de cliënt verzonden te worden. In deze brief moet de reden van uitstel benoemd worden en moet er op dat moment gekeken worden of de beslistermijn op basis van artikel 4:15 van de Awb kan worden opgeschort. De uiterlijke termijn van afhandeling moet worden opgenomen in de beschikking (uitstelbrief). In artikel 10 van de Verordening MO 2025 staan de eisen waaraan de beschikking moet voldoen. Voor een maatwerkvoorziening (immaterieel en materieel) wordt in alle gevallen één beschikking afgegeven, dat is inclusief de additioneel toe te kennen producten en voorzieningen. Het ondertekende ondersteuningsplan én het ondertekende zorgplan/budgetplan zijn onderdeel van de beschikking. De beschikking is voor de cliënt, die hieraan rechtszekerheid kan ontlenen. De beschikking is iets anders dan de opdracht die aan aanbieders wordt verleend. Als een hulpvraag is verdeeld over meerdere resultaatgebieden én meerdere aanbieders, dan zijn er meerdere zorgtoewijzingen. Er geldt voor ieder onderdeel binnen de resultaatgebieden, inclusief aanvullend te indiceren producten, een acceptatieplicht door de aanbieder. De geldigheidsduur van de indicatie wordt bepaald door de Wmo-consulent. In situaties waar geen veranderingen verwacht worden, bijvoorbeeld bij chronische aandoeningen, kan de indicatie voor onbepaalde tijd worden afgegeven. Daar waar de situatie van de client kan worden verbeterd of juist verslechterd geven we kortdurende indicaties af. Op deze wijze kunnen we de ondersteuning zo goed mogelijk laten aansluiten op de situatie van de client. Indien de aanbieder tijdens of na het opstellen van het zorgplan het inzicht verwerft dat bepaalde aspecten in het ondersteuningsplan ontbreken of niet blijken te kloppen, dan heeft de aanbieder de ruimte om hierover in overleg te gaan met het Zorgloket. Ook als de cliënt het niet eens kan worden met de zorgaanbieder zal overleg plaatsvinden met het Zorgloket. Het Zorgloket beoordeelt dan wat de gepaste oplossing is. De zorgaanbieder is verplicht binnen vijf werkdagen na het afgeven van de beschikking ondersteuning te bieden aan de cliënt. Als een beschikking op een cliëntnaam staat die geen zorg meer ontvangt, bijvoorbeeld in verband met opname in een instelling op basis van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz), dan moet de achterblijvende partner, indien hij de voorziening nog wenst te ontvangen, direct een melding bij de gemeente doen. Die situatie wordt dan opnieuw beoordeeld. Tegen de beslissing die vermeld wordt in de beschikking, is bezwaar en beroep mogelijk volgens de Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel