**1..** Bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4. onder b. van de wet beoordeelt het college of er gebruikelijke hulp van huisgenoten als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 van de wet beschikbaar is.
**2..** Huisgenoten van de inwoner zijn verplicht, als zij daarom gevraagd worden, aan het college de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onder 1. genoemde onderzoek, alsmede bij heronderzoek als bedoeld in artikel 2.3.9 van de wet.
**3..** Bij de beoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt, voor zover daartoe aanleiding is, rekening gehouden met:
de samenstelling van de leefeenheid van de inwoner en diens huisgenoot of huisgenoten;
de aard van de relatie tussen de inwoner en diens huisgenoten;
de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner;
de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de huisgenoot of de huisgenoten voor het ondersteunen van de inwoner bij diens zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
de mate waarin en de wijze waarop de inwoner voorafgaand aan de melding is ondersteund door diens huisgenoot of huisgenoten op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving;
overige relevante omstandigheden van de huisgenoot of huisgenoten van de inwoner die redelijkerwijs van invloed kunnen zijn op de mogelijkheid om de inwoner hulp te bieden op het terrein van zelfredzaamheid en participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 4
Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025