**1..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.
**2..** De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de inwoner, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt.
**3..** Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
als de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
als de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór de datum van het besluit op de aanvraag heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
als de gevraagde voorziening al eerder aan de inwoner is verstrekt op grond van de wet en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen of de inwoner de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt;
als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht;
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan;
als er voor de scootmobiel, gelet op het besluit bouwwerken leefomgeving 2024, geen brandveilige stallingsplek te realiseren is.
**4..** Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt als:
deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding;
de inwoner geen ingezetene is van de gemeente Rijswijk.
**5..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis.
**6..** Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;
In afwijking van lid 6 onderdeel b van dit artikel en artikel 2.3.5. lid 6 van de wet kan voor inwoners die in een Wlz-instelling wonen één woning bezoekbaar gemaakt worden;
ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en (her)inrichting worden verstrekt;
als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en (her)inrichting worden verstrekt;
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;
als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.
**7..** Het college verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen volgens het daartoe vastgesteld beleid van de centrumgemeente Den Haag, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze centrumgemeente.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 7.
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025