Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 29

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Twenterand 2025

1.. Het college merkt een dienst, hulpmiddel, woningaanpassing of andere maatregel (hierna: voorziening) als algemeen gebruikelijk aan als: deze niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de client tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. 2.. Het college merkt de volgende voorzieningen als algemeen gebruikelijke voorzieningen (niet uitputtend) aan, waarbij sommige voorzieningen ook tweedehands kunnen worden gekocht: fiets; fiets met lage instap; snorfiets, bromfiets of Spartamet; fietskar, aanhangfiets; ligfiets; tandem (met hulpmotor); bakfiets; stalling (driewiel)fiets; het gebruik van een auto; eigen auto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn; autoaccessoires zoals: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak, cruise control; openbaar vervoer; wandelstok; kreuk-/strijkvrije kleding; boodschappendienst; (kant en klare) maaltijdvoorziening; glazenwasser; aanrechtblad; antislipvloer/coating; antislip mat; sta-op-stoel keramische- of inductiekookplaat; (een)hendelmengkraan; thermostaatkraan; keukenapparatuur; vervanging van stoffen meubilair door glad meubilair; herinrichtingskosten; schoonmaakmiddelen; aanschaf van een stofzuiger met HEPA-filter; robotstofzuiger; uittrekbare stoffer/plumeau; ophogen tuin/bestrating bij verzakking; eenvoudige toiletstoel; verhoogd toilet of toiletverhoger; tweede toilet/sanibroyeur; wandbeugels; een tweede trapleuning; eenvoudige douchestoel; zonwering (inclusief elektrische bediening). kinderopvang; alarmering (Zorgverzekeringswet); eenvoudige rollator. 3.. Het college is van oordeel dat een voorziening financieel gedragen kan worden met een minimuminkomen. Daarbij is het niet relevant of de aanvrager zelf een minimuminkomen heeft. Volgens het college kan een hulpmiddel financieel worden gedragen met een inkomen op minimumniveau indien de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden terugbetaald bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 4.. Bij de beoordeling of een voorziening algemeen gebruikelijk wordt altijd gekeken naar de algemene situatie. Daarnaast wordt ook beoordeeld of de voorziening algemeen gebruikelijk is voor de specifieke aanvrager. Geeft de inwoner aan dat hij de algemeen gebruikelijke voorziening niet kan betalen, dan wordt beoordeeld of de voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de specifieke aanvrager. Het is dan aan de inwoner om aannemelijk te maken dat de voorziening voor hem niet tot de (financiële) mogelijkheden behoort. Dit is uitdrukkelijk aan de inwoner, want bij het onderzoek naar de vraag of een voorziening voor eenieder als algemeen gebruikelijk beschouwd kan worden, mag het inkomen en/of vermogen geen rol spelen. De financiële situatie speelt dus alleen een rol als een inwoner betwist dat hij een algemeen gebruikelijke voorziening kan betalen. In zo’n geval kan het inkomen van de inwoner een rol spelen, maar ook het feit dat hij door een schuldsaneringstraject of beslag op zijn inkomen geen financiële ruimte heeft om te sparen of een lening af te sluiten. Als er sprake is van een plotseling optredende, onvoorziene noodzaak kunnen voorzieningen of kosten, die normaal gesproken als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt, dat in specifieke gevallen toch niet zijn.

Rechtspraak bij dit artikel