De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie op de peildatum;
De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar, i.c. 2009:
voor gehuwden, als bedoeld in artikel 4, sub c. van de wet een bedrag van € 498,--;
voor een alleenstaande ouder, als bedoeld in artikel 4, sub b. van de wet, een bedrag van € 477,-- ;
voor een alleenstaande, als bedoeld in artikel 4, sub a. van de wet, een bedrag van € 349,--;
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op een langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem of haar als alleenstaande of als alleenstaande ouder zou gelden;
De in lid 2 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het minimumloon ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar is verhoogd.
Hoofdstuk
Artikel 4
Hoogte langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag wet werk en bijstand