Aan de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer
bedraagt dan € 22.500,-, wordt slechts bekostiging verstrekt
voorzover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten
van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.
Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te
kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doen verzorgen, betalen
de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs
bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die
gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in
artikel 11 bepaalde afstand indien het inkomen van
de ouders meer bedraagt dan € 22.500,-.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van
de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid van de Wet personenvervoer
2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden
gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het
daadwerkelijk gebruik ervan.
Het bedrag van € 22.500,-, genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer
van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan
ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond
op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in
plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €
22.500,-.
Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
ingevolge artikel 6 een vervoersvoorziening is
verstrekt.
Hoofdstuk
Artikel 23
Drempelbedrag
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Steenbergen 2009