Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › § 1.

Artikel 3.4

Bijzondere omstandigheden

Onderdeel van Parkeerverordening Amsterdam 2025

1.. De aanvraag van een bewoner die voorafgaand aan een project van stedelijke vernieuwing beschikte over een parkeervergunning terugkeert in een gerenoveerde of nieuwbouwwoning in hetzelfde stadsdeel en niet kan beschikken over een stallingsplaats, wordt niet geweigerd op grond van artikel 3.3, aanhef en onder b, wanneer het aantal vergunningen in het vergunninggebied op nul is gesteld. 2.. Artikel 3.3, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: de aanvrager in een periode van maximaal drie jaar voorafgaand aan de aanvraag, voor hetzelfde adres over een vergunning beschikte en deze op verzoek van de aanvrager is ingetrokken; en de aanvraag minimaal zes maanden na de intrekking is ontvangen; en het maximaal aantal te verlenen vergunningen die beschikbaar zijn in het vergunninggebied niet op nul is gesteld. 3.. Artikel 3.3 is niet van toepassing op de aanvraag van een vergunning van een persoon die kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, wanneer die stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats als gevolg van wegwerkzaamheden door of in opdracht van de gemeente tijdelijk niet toegankelijk is. De aanvrager hoeft in dit geval geen houder te zijn van het voertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en hoeft ook niet te wonen in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel