Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1. › § 1.

Artikel 1.1

Definities

Onderdeel van Parkeerverordening Amsterdam 2025

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: adres: adres als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, niet zijnde een nevenadres; ambulante handelaar: markthandelaar en de houder van een staanplaatsvergunning als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten; belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats aangeduid door bord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; bedrijf of beroep: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht; de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep; of een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college is gelijkgesteld; en met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één bedrijf en één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, en sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft; bewoner: degene die: een leeftijd heeft van achttien jaar of ouder en is ingeschreven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Amsterdam op het adres dat hij bewoont; of is ingeschreven in de protocollaire basisadministratie op het adres binnen de gemeente Amsterdam dat hij bewoont en beschikt over een identiteitsbewijs van het ministerie van Buitenlandse Zaken waaruit blijkt dat er sprake is van een geprivilegieerde status; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; deelvergunninggebied: krachtens artikel 1.8, eerste lid, aangewezen deel van een vergunninggebied; elektronische parkeerapparatuur: alle hardware- en sofwarecomponenten, met inbegrip van de centrale computer van de gemeente of een rechtspersoon met wie de gemeente een daartoe strekkende overeenkomst heeft gesloten, die in werking worden gesteld met behulp van diensten op het gebied van betaald parkeren door een telefoon of ander communicatiemiddel voor het voldoen op aangifte van parkeerbelasting; houder van een motorvoertuig: degene: aan wie een kenteken van het motorvoertuig is opgegeven in het kentekenregister als bedoeld in artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994; die blijkens een leaseovereenkomst gebruikmaakt van het motorvoertuig; of die blijkens de inhoud en strekking van de arbeidsovereenkomst met zijn werkgever en een verklaring van de werkgever waaruit de exclusieve terbeschikkingstelling blijkt ten aanzien van het gebruik, gebruikmaakt van een door zijn werkgever beschikbaar gestelde motorvoertuig; mantelzorg: niet-beroepsmatige zorg die met regelmaat wordt verleend door familie, vrienden of kennissen van de persoon die de zorg krijgt; markthandelaar: degene die beroepsmatig markthandel uitoefent als bedoeld in artikel 1.1, onder m, van de Marktverordening; motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of brommobiel als bedoeld in dat artikel; overloopgebied: vergunninggebied of een deel van een vergunninggebied dat als zodanig is aangewezen voor aanvragers van een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning die voor hun eigen vergunninggebied op de wachtlijst staan; parkeren: gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuur: parkeerapparatuur bij de parkeerplaats of elektronische parkeerapparatuur; parkeerapparatuur bij de parkeerplaats: parkeerautomaat, verzamelparkeermeter, parkeermeter of andere parkeerapparatuur die door of vanwege de gemeente in de nabijheid van een parkeerplaats beschikbaar is gesteld voor het voldoen op aangifte van parkeerbelasting; parkeerplaats: plaats op een weg die, of een terrein dat, openstaat voor het openbaar verkeer waar het niet krachtens wettelijk voorschrift is verboden te parkeren; stallingsplaats: plaats die juridisch, feitelijk of planologisch is bestemd of bedoeld om motorvoertuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk waarbij geldt dat een solitaire inpandige stallingsplaats of garagebox ten minste 2,35 meter breed en ten minste 5,00 meter lang is en een toegangsdeur heeft van ten minste 2,20 meter breed; of plaats die aan de omschrijving onder a voldeed op het moment waarop in een beleidsvoorstel bekend is gemaakt dat betaald parkeren wordt ingevoerd op het adres van degene die over de plaats kon beschikken en na de bekendmaking van het beleidsvoorstel aard- en nagelvast is verbouwd waardoor deze niet meer voldoet aan de omschrijving onder a; tariefgebied: krachtens artikel 1.3, eerste lid, onder a, aangewezen gebied waar voor het parkeren parkeerbelasting wordt geheven; vergunninggebied: krachtens artikel 1.8, eerste lid, gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen worden verleend, inclusief het in dat lid bedoelde deelvergunninggebied; vergunninghouder: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend; werknemer: persoon, werkzaam in een bedrijf voor minimaal 36 uur per week, waarbij personen die deeltijd werken worden herleid tot voltijdse equivalenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel