Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › § 1.

Artikel 3.4

Bijzondere omstandigheden

Onderdeel van Parkeerverordening Amsterdam 2025

1.. De aanvraag van een bewoner van een corporatiewoning, zijnde een woning van een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de Woningwet, die niet kan beschikken over een stallingsplaats, die voorafgaand aan een project van stedelijke vernieuwing beschikte over een parkeervergunning en die op basis van een stadsvernieuwingsurgentieverklaring is verhuisd, wordt niet geweigerd op grond van artikel 3.3, aanhef en onder b, wanneer het aantal vergunningen in het vergunninggebied op nul is gesteld. 2. . Met de in het eerste lid benodigde stadsvernieuwingsurgentieverklaring wordt bedoeld een urgentieverklaring voor het verkrijgen van voorrang op een sociale huurwoning die door een woningcorporatie wordt afgegeven omdat de huurwoning van een bewoner wordt gesloopt of ingrijpend wordt gerenoveerd. 3. . Het bepaalde in het eerste lid geldt ook voor een bewoner van een corporatiewoning in een gebied waar geen betaald parkeren gold, maar ten tijde van de verhuizing wel reeds houder was van een motorvoertuig. 4. . Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vergunninggebieden Noord-5, Nieuw-West-9a, Oost-4, Oost-17, voor zover gelegen in het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de IJburglaan, Zuiderzeeweg en de Zuider IJdijk, Zuid-6 en Zuidoost-6. 5.. Artikel 3.3, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: de aanvrager in een periode van maximaal drie jaar voorafgaand aan de aanvraag, voor hetzelfde adres over een vergunning beschikte en deze op verzoek van de aanvrager is ingetrokken; en de aanvraag minimaal zes maanden na de intrekking is ontvangen; en het maximaal aantal te verlenen vergunningen die beschikbaar zijn in het vergunninggebied niet op nul is gesteld. 6.. Artikel 3.3 is niet van toepassing op de aanvraag van een vergunning van een persoon die kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, wanneer die stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats als gevolg van wegwerkzaamheden door of in opdracht van de gemeente tijdelijk niet toegankelijk is. De aanvrager hoeft in dit geval geen houder te zijn van het voertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en hoeft ook niet te wonen in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel