Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.6

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Parkeerverordening Amsterdam 2025

1.. Het college trekt een vergunning in indien: de vergunninghouder daarom verzoekt; blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit op de aanvraag om de vergunning zou hebben geleid; niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; de vergunningverlening onjuist was en de vergunninghouder dit wist of behoorde te weten. 2.. Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen indien: de vergunninghouder verhuist naar een ander vergunninggebied; zich een wijziging voordoet in de omstandigheden voor zover die gewijzigde omstandigheden zich verzetten tegen het in stand laten van de verleende vergunning; de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; de vergunninghouder de vergunning gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de vergunning is verleend; het college, nadat de vergunning is verleend, heeft besloten het maximaal aantal te verlenen vergunningen voor het vergunningengebied waarvoor de vergunning is verleend op nul vast te stellen met inachtneming van een redelijke termijn; de vergunningverlening onjuist was; het een tweede of derde vergunning op een adres betreft, terwijl het aantal voor verlening beschikbare vergunningen, bedoeld in artikel 2.1, is bereikt. 3.. Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder g, kan de houder van de vergunningen de keuze maken welke vergunning wordt ingetrokken. Als er geen voorkeur wordt aangegeven, wordt de laatst verleende vergunning(en) ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel