Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voorwaarden gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Beleidsregel pilot gebiedsontzeggingen APV Kapelle 2024

1.. Een bevel tot gebiedsontzegging wordt gegeven in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid. De politiefunctionaris die krachtens mandaat het bevel geeft dient in het bevel eenduidig aan te geven op grond waarvan de ontzegging wordt opgelegd. Er moet omschreven worden welke belangen door welke gedragingen zijn geschaad. 2.. Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd nadat een betrokkene door de politie is aangehouden en/of geverbaliseerd voor overtreding van een of meer van de onder artikel 2 genoemde wettelijke bepalingen. 3.. De betrokkene dient voorafgaand aan het opleggen van een gebiedsontzegging in de gelegenheid te worden gesteld een verklaring af te leggen. De betrokkene wordt tevens gevraagd naar zijn belang aangaande de aanwezigheid in het aangewezen gebied. Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgelegd. 4.. In de bekendmaking van de gebiedsontzegging wordt duidelijk aangegeven voor welke duur en/of welk(e) tijdvak(ken) de ontzegging geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel