Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

- Woonkostentoeslag huurders en eigenaren

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en inkomensondersteuning Hoeksche Waard

1.. Het college kan bijzondere bijstand verlenen in de woonkosten, als het inkomen van de inwoner buiten zijn schuld is gedaald, waardoor de woonkosten in verhouding tot het inkomen te hoog zijn geworden en de inwoner geen beroep kan doen op de Wet op de huurtoeslag. 2.. De rekenhuur is de basis voor de berekening van de hoogte van de woonkostentoeslag. Voor een huurder is dit de kale huur + de servicekosten, voor de woningeigenaar zijn dit de woonkosten. Een teruggave Belastingdienst wegens aftrek hypotheekrente wordt in mindering gebracht op het bedrag aan woonkostentoeslag. 3.. Tot woonkosten wordt gerekend: hypotheekrente van de bewoonde woonruimte; het eigenaarsdeel onroerendzaakbelasting; de premie voor de opstalverzekering; de erfpachtcanon; de omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten), voor zover geen kwijtschelding is verleend; het eigenaarsdeel van de afvalstoffenheffing en rioolheffing, voor zover geen kwijtschelding is verleend; een forfaitair bedrag voor normale periodieke onderhoudskosten, zoals opgenomen in Stimulansz (‘woonkosten koopwoning WKT’). 4.. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt per maand toegekend volgens de berekening van de Wet op de huurtoeslag. 5.. Als de rekenhuur minder of gelijk is aan de maximale huurgrens en er door omstandigheden geen recht is op huurtoeslag kan de inwoner jaarlijks woonkostentoeslag aanvragen. 6.. Als de rekenhuur meer bedraagt dan de maximale huurgrens, wordt de hoogte van de woonkostentoeslag tot het bedrag van de maximale huurgrens vastgesteld. Daarnaast wordt de woonkostentoeslag verhoogd met het verschil tussen de maximale huurgrens en de rekenhuur. 7.. Als de rekenhuur meer bedraagt dan de maximale huurgrens, wordt voor maximaal één jaar woonkostentoeslag toegekend. De inwoner krijgt een verhuisplicht opgelegd en moet alles in het werk stellen om een goedkopere woonruimte te verkrijgen. 8.. Als passende woonruimte wordt niet aangemerkt een woning, waar in tegenstelling tot de huidige woning, de benodigde aanpassingen voor een gehandicapte bewoner niet aanwezig zijn of de benodigde aanpassingen in de nieuwe woning meer kosten met zich meebrengt dan de te verstrekken woonkostentoeslag gerekend over de periode van vijf jaar. 9.. Als de inwoner onvoldoende inspanningen heeft verricht, als bedoeld in lid 7 van dit artikel, om passende woonruimte te verkrijgen, kan de vervolgaanvraag woonkostentoeslag worden afgewezen.

Rechtspraak bij dit artikel