**1..** Een deelnemer kan uittreden uit de regeling door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad.
**2..** Een deelnemer maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente.
**3..** De centrumgemeente inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke worden vastgelegd in een uittredingsplan.
**4..** Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van maximaal drie jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende gemeente en de gevolgen voor de andere gemeenten. De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden.
**5..** Indien door de deelnemers geen overeenstemming over het uittredingsplan wordt bereikt, wordt door de centrumgemeente advies ingewonnen bij een onafhankelijke adviseur.
**6..** De kosten voor het uittredingsplan en het inwinnen van onafhankelijk advies komen voor rekening van de uittredende gemeente.
**7..** Het uittredingsplan wordt door het bestuurlijk overleg vastgesteld. De in het uittredingsplan opgenomen financiële verplichtingen voor de uittredende gemeente zijn bindend.
**8..** Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden, geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
Uittreding uit de regeling
Onderdeel van Centrumregeling beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio IJssel-Vecht