**1..** Bij een overschrijving als bedoeld in artikel 3.6 schrijft het college, voor zover deze vergunning is verleend, ook de vergunning voor een vaste marktplaats over op naam van de levenspartner of gewezen levenspartner van de ingeschrevene.
**2..** In de gevallen, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, kan het college, als de levenspartner niet om overschrijving verzoekt, de vergunning overschrijven op naam van een kind van de ingeschrevene. Op de aanvraag is artikel 3.6, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**3..** Onverminderd artikel 7.1, eerste lid, wordt de vergunning slechts overgeschreven indien het kind gedurende de laatste drie jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste 16 uur per week in dienstbetrekking of als mede-eigenaar in het marktbedrijf van de ingeschrevene werkzaam is geweest.
**4..** Bij een overschrijving als bedoeld in het tweede lid, kan het kind tot de eerstvolgende periodieke herindeling gebruikmaken van de vaste plaats van de ingeschrevene. Daarna wordt met inachtneming van artikel 3.8, tweede lid, onder b, een andere vaste plaats toegewezen.
**5..** Het college kan in het geval van een economische binding tussen een marktplaats en de achtergelegen winkel afwijken van het bepaalde in het vierde lid. Bij elke periodieke herindeling wordt getoetst of de omstandigheden die tot de afwijking hebben geleid, nog aanwezig zijn.