Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.8

Plaatsbezetting

Onderdeel van Verordening op de straathandel 2008

1.. De vergunninghouder neemt de staan- of ligplaats persoonlijk in. 2.. Het voorgaande lid is niet van toepassing indien de plaats wordt ingenomen door de levenspartner van de vergunninghouder, mits deze beschikt over een partnerkaart. 3.. De vergunninghouder neemt de staan- of ligplaats in gedurende een door het college te bepalen aantal dagen per week. 4.. Het college kan van het voorgaande lid ontheffing verlenen. Artikel 3.17, vierde lid, onderdelen b en c, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor seizoenstaanplaatsen de in onderdeel c genoemde maximumtermijn wordt berekend naar rato van de duur dat per kalenderjaar staanplaats wordt ingenomen, en dat voor seizoenstaanplaatsen die voor kortere duur dan een maand worden ingenomen, geen ontheffing van de plaatsbezettingsplicht wegens vakantie of bijzondere omstandigheden wordt verleend. 5.. Het is de vergunninghouder verboden gelijktijdig een andere staan- of ligplaats in te nemen, een plaats op een markt in te nemen, of te venten. 6.. Op de houder van een partnerkaart is het derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel