**1..** Het is verboden een voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een binnen de bebouwde kom gelegen weg;
op een andere door het college aangewezen plaats te parkeren of te laten staan, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
**2..** Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of krachtens een provinciale verordening.
**4..** Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.10:
Artikel 3.10.5
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Urk 2024