**1..** Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 5.7a Besluit activiteiten leefomgeving dient in ieder geval te voldoen aan het gestelde in paragraaf 5.2.2. Besluit activiteiten leefomgeving.
**2..** De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport geldt alleen wanneer het een vergunningsplichtige activiteit betreft als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De vergunningsvrije activiteiten zoals benoemd in paragraaf 2.3.3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsplan Urk zijn van deze verplichting vrijgesteld.
**3..** Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 3.2.2. lid 1 en 2 VFL toe als bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
**4..** Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeldartikel 3.2.2. lid 1 en 2 VFL , toestaan voor een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 4.8 en Bijlage I bij artikel 1.1. Besluit Bouwwerken leefomgeving als uit het in NEN 5725, uitgave 2017, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2023 nl niet rechtvaardigen.
**5..** Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2:
Artikel 3.2.2
Bodemonderzoek
Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Urk 2024