Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf

Artikel 6.1.3.

Strafbare feiten ondergrondse infrastructuren

Onderdeel van Verordening voor de fysieke leefomgeving Urk 2024

1.. Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en hun overige wettelijke bevoegdheden is het college bevoegd het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 4.2.1. in te trekken, dan wel de werkzaamheden stil te leggen indien er wordt gewerkt: zonder instemmingsbesluit of zonder melding; in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit; in afwijking van de nadere regels; in strijd met het geldende breekverbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel