Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar jonger dan 65 jaar zijn de artikelen 7:1 tot en met 7:3 (definities, begeleiding en recht op bezoldiging bij ziekte), 7:9 tot en met 7:14 (verplichtingen en sancties) en 7:19 tot en met 7:21 (samenloop doorbetaling bezoldiging en uitkering) van de CAR/UWO van overeenkomstige toepassing. In het geval van een tijdelijke aanstelling zijn op het moment dat de aanstelling van rechtswege eindigt de genoemde artikelen niet meer van toepassing.
Voor toepassing van lid 1 wordt onder bezoldiging verstaan: het gemiddelde van het totaal aan vergoedingen bedoeld in artikel 3, over de twaalf maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar.
Voor de toepassing van lid 2 wordt onder de eerste dag van ongeschiktheid verstaan de dag waarop de buitengewoon ambtenaar is aangewezen om een huwelijk of geregistreerd partnerschap te voltrekken, waarvoor hij wegens ziekte is verhinderd.
Artikel 6
Aanspraken bij ziekte
Onderdeel van Rechtspositieregeling Buitengewoon Ambtenaren Burgerlijke Stand 2008