Onder de naam ‘rioolrechten’ worden geheven:
een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar
het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de
gemeentelijke riolering, en
een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit
afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering
wordt afgevoerd.
Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid,
onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al
dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
persoonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom -niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 3- ten gebruike is afgestaan: degene
die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolrecht 2009