Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.3

Voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2025

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 van de Wmo 2015, 8.1.1 van de Jeugdwet en de artikelen 9 en 18 van de verordening onderzoekt het college of de cliënt of de jeugdige en/of zijn ouders: in staat is om de eigen situatie te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen; op de hoogte is van de regels en verplichtingen die horen bij een pgb, of weet waar die regels te vinden zijn; in staat is een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor er inzicht is in de bestedingen van het pgb; uit zichzelf en zelfverzekerd kan communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners; in staat is zelfstandig te handelen en voor zorgverleners te kiezen; afspraken maakt over de zorg die gegeven gaat worden, het aantal uren en het uurtarief; kan beoordelen en beargumenteren of de zorg passend en kwalitatief goed is. Hij/zij gebruikt hiervoor de meest recente versie van het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg, zoals gepubliceerd op de website nmdsamenwerking.nl. Als de zorg niet passend en/of kwalitatief goed is, moet hij/zij zelf kunnen ingrijpen; de inzet van zorgverleners kan coördineren, waardoor zorg ook bij verlof en ziekte door kan gaan; in staat is om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; voldoende kennis heeft over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden. De volgende omstandigheden zijn een contra-indicatie voor een pgb: handelingsonbekwaamheid dementie verstandelijke handicap ernstige psychische problemen verslavingsproblematiek schuldenproblematiek. Als de cliënt of de jeugdige en/of zijn ouders niet in staat is om aan bovenstaande voorwaarden zelf te voldoen, kan hij/zij een pgb-vertegenwoordiger benoemen. Hiervoor geldt het volgende: op de pgb-vertegenwoordiger zijn lid 1 en 2 van overeenkomstige toepassing de pgb-vertegenwoordiger is niet de hulpverlener zelf en is ook geen familie in de 1e of 2e graad van de hulpverlener.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel