Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 10.

Regels voor een pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente West Betuwe 2025

1.. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De inwoner die een pgb wenst, motiveert dit schriftelijk in een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: welke redenen er zijn om te kiezen voor een pgb in plaats van zorg in natura; welke ondersteuning cliënt wil inkopen met het budget en bij welke uitvoerder; wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid; hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd is en duidelijk is dat de deze geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief; hoe eventuele meerkosten van de ondersteuning worden bekostigd; hoe de cliënt zelf of met iemand uit het sociale netwerk dan wel informele netwerk de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren. 2.. Het pgb mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 3.. Het college verstrekt geen pgb in de volgende situaties: als de inwoner onvoldoende in staat is om ondersteuning met een pgb te beheren; wanneer de beoogde pgb-vertegenwoordiger dezelfde persoon is als de beoogde hulpverlener, ten zijn het college daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel