Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 11.

Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Voorschoten 2025

Lid 1. De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend, is een bijdrage verschuldigd. Lid 2. De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig het van toepassing zijnde Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en bedraagt nooit meer dan: de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura; de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening; Lid 3. De termijn van de oplegging van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is: gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in natura, anders dan in eigendom; gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget; gelijk aan de termijn, tot de kostprijs van de voorziening is betaald, die in de toekenningsbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening is vermeld. Lid 4. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening gaat in op de datum van indicatie die in de beschikking staat plus 2 weken. Dit geldt ook voor het Pgb. Voor woningaanpassingen en hulpmiddelen geldt de datum van levering als ingangsdatum van de eigen bijdrage. De eigen bijdrage stopt op datum van einde voorziening, in het geval van kortdurende, tussentijdse onderbrekingen loopt de eigen bijdrage door. De eigen bijdrage stopt in principe ook wanneer de ondersteuning langer dan drie maanden onderbroken wordt. Lid 5. De oplegging van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de maatwerkvoorziening. Lid 6. De hoogte van de bijdrage in de kosten voor verblijf in de specialistische maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang wordt vastgesteld en geïnd door de betreffende opvanginstellingen. Voor de specialistische maatschappelijke opvang geldt een eigen bijdrage per nacht. De eigen bijdrage voor de vrouwenopvang betreft de wooncomponent van de voorziening. Het uitgangspunt is dat voor de cliënt in ieder geval de norm voor zak- en kleedgeld, zoals genoemd in artikel 23 van de Participatiewet, beschikbaar blijft. Vanwege persoonlijke financiële omstandigheden bestaat de mogelijkheid om van het standaard bedrag af te wijken. Voor de decentrale maatschappelijke crisisopvang geldt geen eigen bijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel