Naar hoofdinhoud
Terugvordering geschiedt, voor zover de bijstand: ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in de vorm van een geldlening is verstrekt en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen; voortvloeit uit gestelde borgtocht; ingevolge artikel 52 WWB in de vorm van een voorschot is verstrekt en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat; anderszins onverschuldigd is betaald voor zover belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen, waaronder begrepen: de belanghebbende naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend, over in aanmerking te nemen middelen beschikt of kan beschikken; bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming. Bij niet tijdige betaling en nadat cliënt in gebreke is gesteld, wordt het nog te betalen bedrag onderscheidenlijk de te betalen bedragen verhoogd met de wettelijke rente; Indien het benadelingsbedrag gedurende het lopende kalenderjaar niet volledig kan worden ingevorderd, zal het resterende deel, met toepassing van artikel 58, vierde lid, WWB, na afloop van het desbetreffende kalenderjaar worden verhoogd met de verschuldigde loonbelasting, de premies volksverzekeringen, alsmede met de ziekenfondspremie; Indien het benadelingsbedrag minder bedraagt dan € 100,-- wordt van terugvordering afgezien, tenzij sprake is van recidive; Terugvordering, als bedoeld in het eerste lid, onder e, vindt niet plaats, indien de desbetreffende kosten zijn gemaakt meer dan twee jaar vóór de datum van verzending van het besluit tot terugvordering; Van terugvordering kan worden afgezien indien dit tot gevolg zal hebben dat belanghebbende in dusdanige omstandigheden geraakt dat een menswaardig bestaan niet meer mogelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel