Geen kennismakingsperiode wordt verleend als:
de belanghebbenden al eerder het hoofdverblijf hebben gehad in dezelfde woning en
zij met elkaar gehuwd zijn of zijn geweest of
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander of
er sprake is geweest van een samenlevingscontract of ondertrouw of
zij op grond van een registratie werden of worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de Participatiewet.
Aanvrager ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode inwonend is bij een persoon in de eerstegraads bloed- of aanverwantschap.