Naar hoofdinhoud
De restwaarde van een investering is van tevoren veelal moeilijk in te schatten. Toch kan het gebeuren dat dit vooraf bekend is (bijvoorbeeld tijdelijke noodlokalen). Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt er van uit gegaan dat de restwaarde nihil is tenzij expliciet bepaald. Als gevolg hiervan kan bij inruil of afstoting van een productiemiddel sprake zijn van boekwinst, het verschil tussen de boekwaarde volgens de financiële administratie en de opbrengstwaarde. De boekwinst wordt als incidentele bate in de jaarrekening verantwoord. Ook voor bedrijfsgebouwen (scholen, gemeentewerf, gemeentehuis, sporthallen, etc.) wordt dit principe gehanteerd. Vaak wordt voor dit soort panden, na een bepaalde gebruiksduur, bepaald dat hier nieuwbouw voor in de plaats moet komen. Indien gerekend wordt met een restwaarde, zijn de kapitaallasten nu lager, maar moet er in de toekomst dekking gevonden worden voor het afboeken van de restwaarde, waardoor er feitelijk een groter beslag wordt gelegd op toekomstige financiële ruimte. Om deze reden werken wij niet met restwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel